Stichting Grote Kerk Overschie
Overschiese Dorpsstraat 95
3043 CP Rotterdam
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Orgel

Orgelmakers Kaat en Tijhuis hebben het orgel uit de Grote Kerk Overschie gerestaureerd. Het orgel is na de restauratie weer feestelijk in gebruik genomen op zaterdag 21 maart 2009. Het verhaal van Kaat en Tijhuis:

"Overschie heeft een prachtige kerk met een goede akoestiek die anno 1901 herbouwd werd, nadat de vorige kerk door brand verwoest was, daarbij bleef alleen de toren behouden. De kerk heeft veel overeenkomsten met de voormalige Koninginnekerk aan de Boezemsingel, die door dezelfde architect ontworpen werd.
Het orgel werd in 1908 opgeleverd door de fa v.d. Kley, orgelbouwer te Rotterdam.

Het ontwerp van de orgelkas is tot stand gekomen in samenwerking met het architectenbureau Hooijkaas. Het orgelfront bestaat uit een gedeelde middentoren of middenfront met aan weerskanten 2x2 vlakke pijpvelden, geflankeerd door twee pedaaltorens of zijronden. De tussen velden bestaan geheel uit niet-sprekende of stomme pijpen evenals de bovenste pijpen van de middentoren. Uit enige fraai getekende voorstudies (van Meiske?) heeft men gekozen voor een sierlijke variant, mooi passend binnen de ronding van de spitsboog boven de orgelgalerij. De middentoren en de beide zijtorens zijn aan de bovenzijde stijlvol afgewerkt met houten bekroningen. Ze lopen aan de onderzijde uit in hol gebogen houten consoles op stenen engelenkopjes. Links en rechts wordt het orgelfront geflankeerd door balustrades, op dezelfde wijze uitgevoerd als het doophek.

Het orgel is door Laukhuff in Weikersheim (Duitsland) gebouwd op bestelling van van der Kley. Van der Kley verzorgde de plaatsing van het instrument in de kerk.
Het orgel werd gebouwd volgens het pneumatische systeem en had bij de oplevering 30 stemmen verdeeld over twee klavieren (hoofdwerk en zwelwerk) en pedaal.
Op 12 mei 1910 werd het orgel ingewijd met een concert, gegeven door de organist van de Grote Kerk te Overschie , de heer Joh. G.C. Gredt, hij was sinds 1908 organist.

Oorspronkelijke dispositie:

Hoofdwerk Bovenwerk Pedaal
Bourdon 16 Holpijp 8 Prestant 16
Prestant 8 Viola 8 Bourdon 16
Roerfluit 8 Voix Celeste 8 Octaaf 8
Octaaf 4 Salicet 4 Violon 8
Quint 3 Roerfluit 4 Octaaf 4
Octaaf 2 Gemshoorn 2 Fagot 16
Cornet 5 sterk Carillon 3 sterk Trombone 8
Mixtuur 4 - 5 sterk Dulciaan 8
Trompet 8

Manuaalkoppel, pedaalkoppel - hoofdwerk, pedaalkoppel - bovenwerk
tremulant.
Klavieromvang c - f3, Pedaal C - d1

In de loop van de jaren is het orgel door diverse orgelbouwers onderhouden, waarbij het orgel soms is aangepast aan de ideeën van die tijd. Dit is niet altijd ten goede aan het orgel gekomen. In 1949 vond onder leiding van de toenmalige organist van de Grote Kerk André Verwoerd een ingrijpende restauratie door Vermeulen plaats waarbij het orgel aangepast werd naar de neo-barok inzichten van die tijd. Een behoorlijk aantal pijpen zijn van plaats verwisseld. Een aantal registers werd samengesteld met pijpwerk uit verschillende registers. De strijkers uit het orgel werden verwijderd c.q. ten dele verplaatst binnen het orgel.

Dispositie na deze wijzigingen:

Hoofdwerk Bovenwerk Pedaal
Prestant 16 Roerfluit 8 Prestant 16
Prestant 8 Viola 8 Subbas 16
Holpijp 8 Celeste 8 Octaaf 8
Octaaf 4 Prestantfluit 4 Octaaf 4
Quint 3 Holquint 3 Fluit 2
Octaaf 2 Woudfluit 2 Fagot 16
Cornet 4 sterk Terts 1 3/5 Trombone 8
Mixtuur 4 - 5 sterk Dulciaan 8
Trompet 8

Wijzigingen door Tiggelman in 1981
De Salicet is vervangen door een nieuwe Roerfluit 4’ in een afwijkende factuur en de beide strijkers zijn toen afgesneden. De Viola werd Prestant 4’ en de Celeste
Quint 1 1/3’.

Dispositie na deze wijzigingen:

Hoofdwerk Bovenwerk Pedaal
Prestant 16 discant Holpijp 8 Prestant 16
Prestant 8 Prestant 4 Subbas 16
Roerfluit 8 Roerfluit 4 Octaaf 8
Octaaf 4 Quintfluit 3 Octaaf 4
Quint 3 Woudfluit 2 Fluit 2
Octaaf 2 Terts 1 3/5 Fagot 16
Cornet 4 sterk Quint 1 1/3 discant Trombone 8
Mixtuur 4 - 5 sterk Dulciaan 8
Trompet 8

Onbekende tijdstippen:
Ook werd er een nieuwe motor geplaatst omdat de oude "op" was. De membramen van het orgel zijn vernieuwd door René Nijsse uit Wolphaertsdijk, daarbij heeft hij tevens een aantal pijpen, die ooit omgewisseld zijn tussen de Gemshoorn 2 en de Terts 1 3/5 op hun plaats gezet en bijgeïntoneerd. Anno 2007 (bijna 100 jaar later) is een ingrijpende restauratie noodzakelijk om het orgel voor het nageslacht te behouden, en opnieuw 100 jaar mee te laten gaan. In samenwerking met de beide organisten en een adviseur van monumentenzorg is een restauratie plan opgesteld. Daarbij is uitgegaan van de dispositie zoals deze in 1908 was. Gelukkig is veel van het pijpwerk in het orgel aanwezig, een aantal pijpen zullen aan de hand van deze pijpen berekend en opnieuw bijgemaakt worden. Een aantal orgelbouwers heeft het orgel bekeken en offerte uitgebracht. De keuze is daarbij gevallen op de Firma Kaat en Tijhuis uit Kampen. Deze firma heeft het orgel in juni 2007 gedemonteerd. Bij deze restauratie zullen een aantal stemmen die voorheen in het orgel aanwezig waren opnieuw bijgemaakt worden. Het orgel wordt als monument beschouwd en zal om die reden ook pneumatisch blijven, wél  wordt de toevoer van wind naar de speeltafel gewijzigd, waardoor een snellere aanslag bevorderd wordt.

Huidige dispositie:

Hoofdwerk Zwelwerk Pedaal
Prestant 16 disc. Holpijp 8 Prestant 16
Prestant 8 Prestant 4 Subbas 16
Roerfluit 8 Roerfluit 4 Octaafbas 8
Quint 2 2/3 Nasard 2 2/3 Octaaf 4
Octaaf 2 Gemshoorn 2 Fluit 2
Mixtuur III-IV st Terts 1 3/5 Fagot 16
Cornet V Quint 1 1/3 Dulciaan 8
Trompet 8 Terts 1 3/5
Dulciaan 8

Koppels:
HW-ZW
Pedaal-HW
Pedaal-ZW
Tremulant (werkt op het hele orgel)
Vaste combinaties: P MF F T

Beschrijving restauratie:
Na de restauratie zal de dispositie er als volgt uitzien:

Hoofdwerk Bovenwerk Pedaal
Prestant 16 Holpijp 8 Prestant 16
Prestant 8 Viola 8* Subbas 16
Holpijp 8 Celeste 8 Octaaf 8
Octaaf 4 Prestant 4 Violon 8
Fluit 4 Roerfluit 4 Octaaf 4
Quint 3 Nasard 3 Bazuin 16
Octaaf 2 Gemshoorn 2 Trombone 8
Mixtuur IV Carillon III
Trompet 8 Dulciaan 8

De pijpen worden weer zoveel mogelijk op hun oorspronkelijke plaats gezet. Doordat de roosters grotendeels bewaard zijn gebleven en niet ingrijpend zijn gewijzigd of vernieuwd is dit alsnog redelijk eenvoudig te realiseren. In het onderstaande overzicht staat de dispositie na restauratie met daarin opgesomd de registerbenamingen en de herkomst van het pijpwerk. In deze grotendeels gereconstrueerde dispositie ontbreekt dan alleen nog de Salicet 4’. Hiervoor is een Nasard 3’in de plaats gekomen.

Hoofdwerk
Prestant 16’ 1910/2008. C1-gis2 was Fis –d1 Cello 8’van het pedaal, afgesneden, rollen en freins verwijderd.
Mensuren komen overeen met de oorspronkelijke Prestant 16’. Deze pijpen als Prestant 16’handhaven. Hoogste 9 pijpen hebben een afwijkende factuur. Deze vervangen door beter passende pijpen uit voorraad.
Mensuur uitwendig: c1 67 c2 43 c3 29 f3 25
Deze worden geplaatst op een nieuwe supplementslade tegen het front. Deze lade wordt pneumatisch aangestuurd met een koperconduct vanuit het relais van de Hoofdwerklade. Deze nieuwe lade wordt voorzien van 24 extra kegels zodat er alsnog een transmissie gemaakt kan worden naar C-h0 van de Prestant 16 van het pedaal voor de onderste 2 octaven . De mensuurbreuk op c1 wordt aanvaardbaar geacht.
Prestant 8’ 1910 C-H in front, rest op lade, ongewijzigd.
Holpijp 8’ 1910, Register in 1981 verplaatst naar het Bovenwerk, weer terugplaatsen op Hoofdwerk.
Octaaf 4’ 1910, ongewijzigd
Fluit 4’ Het Hoofdwerk wordt uitgebreid met een open Fluit 4’. Deze wordt geplaatst op de plek van de Prestant 16’disc.
De 24 ontbrekende kegels en verboringen in de bas worden alsnog aangebracht. Van de Open Fluit is het groot octaaf uitgevoerd in zink. Vanaf c1 wordt het een Fluit Harmoniek. De ontbrekende 11 kleinste pijpjes worden aangevuld uit de voorraad. Mensuur uitwendig: C 81 c0 52 h0 40 c1 42 c2 30  g2 22
Quint 3’ 1910, ongewijzigd
Octaaf 2’ 1910, ongewijzigd
Mixtuur 4 st 1910/2008. Samenstelling 1949 C 2 - 1 1/3’ - 1   co 2 2/3’ - 2 - 1 1/3’ - 1 - 1/2’   c1 2 2/3’ - 2 - 1 1/3’ - 1 - 2/3’   c2 4 - 2 2/3’ - 2 - 1 1/3’ - 1   c3 5 1/3’ - 4 - 2 2/3’ - 2 - 1 1/3’ - 1 De boringen in de stok zijn allemaal origineel. Het hoogste koor is dan ook niet in 1949 toegevoegd. Wel is toen de samenstelling gewijzigd. Op c3 is een extra repetitie aangebracht, deels met niet bijpassend pijpwerk. Het hoogste koor lijkt vanaf c0 een doorlopend koor te zijn geweest. De samenstelling is hiervan in 1949 gewijzigd in een repeterend octaaf- en quintkoor met nieuw pijpwerk.  De definitieve samenstelling wordt in overleg met de adviseur in de kerk bepaald.
Trompet 8’ 1910, ongewijzigd.
Bovenwerk (in zwelkast)
Holpijp 8’ 1910/2008. Deze pijpen zijn in 1949 verwerkt in de Holquint 3’. co t/mf#0 ontbreken, maar kunnen uit voorraad worden aangevuld met vergelijkbaar materiaal. De mensuur is bijna identiek zodat het rooster gehandhaafd kan blijven. Als aanvulling de pijpen van de vrijgekomen Fluit 2’van het pedaal gebruiken.
Viola 8’ 1910-2008. Afgesneden pijpen C t/m H verlengen tot 8’lengte en voorzien van rolbaarden, af co vervangen door gebruikte Viola 8’uit voorraad. De mensuren van deze viola zijn identiek aan die van de originele Viola.
Celeste 8’ 2008. Celeste 8’ uit voorraad ter vervanging van de afgesneden Celeste uit 1910.  Deze Celeste heeft de zelfde factuur als het overige pijpwerk maar is een fractie wijder dan de oorspronkelijke Celeste en volgt in grote lijnen de Viola:
Roerfluit 4’ 1910. In 1949 als Roerfluit 8’op het Hoofdwerk geplaatst. Terugplaatsen op Bovenwerk en aanvullen met de oorspronkelijke 12 hoogste conische open pijpjes die in 1949 in de Holquint 3’ zijn verwerkt.
Nasard 3’ 2008. Conisch pijpwerk uit voorraad.
Gemshoorn 2’ 2008. Conisch pijpwerk uit voorraad. 20 hoogste pijpjes bijmaken, eventueel met gebruikmaking van delen van de oorspronkelijke Gemshoorn 2’
Carillon 3 st 1910/2008. De Carillon reconstrueren in de samenstelling: 4’-2’- 4/5’.  4’koor  c1-h1 gedekt, in 1949 verwerkt in Woudfluit 2’ rest aanvullen uit voorraad. 2’koor c1-f3 open, in 1949 verwerkt in Woudfluit 2’ 4/5’koor mensuur reconstrueren aan de hand van het rooster, pijpwerk aanvullen uit voorraad. Een aantal pijpen zijn bewaard gebleven in de Holquint. De boringen in de roosters zijn nog aanwezig. De roosters zijn van een triplex opdik voorzien, die worden verwijderd. De stokboringen van twee koren die zijn dichtgemaakt worden weer heropend.
Dulciaan 8’ 1910, de bekers worden verlengd.
Pedaal
Prestant 16’ 1910, ongewijzigd, deels in het front
Subbas 16’ 1910, ongewijzigd.
Octaaf 8’ 1910, ongewijzigd, C-g0 in het front, rest op lade.
Violon 8’ 2008, uit voorraad. Groot octaaf zink, af c0 orgelmetaal.
Octaaf 4’ 1910, ongewijzigd.
Bazuin 16’ 2008. Nieuwe Bazuin plaatsen. Mensuur en factuur vergelijkbaar met de Trombone. De stevels, koppen en bekers worden uitgevoerd in tin. De bekers krijgen volle lengte en een aantal daarvan zullen gekropt moeten worden.
Trombone 8’ 1910. De in 1949 met de Fagot verwisselde bekers weer terugplaatsen.

Het te plaatsen pijpwerk uit onze voorraad is van dezelfde makelij als het pijpwerk van Van der Kley, inclusief geperste labia’s en expressions. Alle pijpen, of delen van pijpen die wel origineel zijn maar niet opnieuw worden geplaatst worden, worden opgeslagen in het orgel. Transmissie Prestant 16’: Door de Fluit 4’ op de plek van de Prestant 16’disc. te plaatsen moeten de Prestant 16’pijpen geplaatst worden op een supplementslade tegen het front. Deze lade wordt aangestuurd met koperen conducten vanuit het relais van de Hoofdwerklade. Deze nieuwe lade voorzien worden van 24 extra kegels zodat er alsnog een transmissie gemaakt kan worden naar de C-h0 van de Prestant 16 van het pedaal. De Prestant 16’wordt daarmee een doorlopend register.''

Hieronder staan foto's van de renovatie van het orgel.


copyright Dubbelklik 2012